Diapresentatie
![]() (1) Zet de kamerthermostaat lager en wacht ten minste 10 minuten. |
![]() (2) Sluit de radiatorkraan. |
![]() (3) Draai het ontluchtingsventiel van de radiator iets open. |
||||
![]() (4) Laat de lucht ontsnappen en sluit het ventiel zodra er water uitkomt. |
![]() (5) Draai de radiatorkraan weer open. |
![]() (6) Schakel uw cv uit. |
||||
![]() (7) Sluit de vulslang aan op de koudwaterkraan. |
![]() (8) Laat een beetje water in de vulslang lopen. |
![]() (9) De slang vult zich met water en de lucht ontsnapt. |
||||
![]() (10) Draai de koudwaterkraan dicht. |
![]() (11) Sluit de vulslang aan op de vulkraan. |
![]() (12) Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een waterpomptang. |
||||
![]() (13) Draai de vulkraan een kwartslag open met het dopje van de vulkraan. |
![]() (14) Of met een baco of verstelbare sleutel. |
![]() (15) Draai de koudwaterkraan een beetje open. |
||||
![]() (16) Vul de cv-installatie totdat de juiste waterdruk is bereikt. |
![]() (17) Draai eerst de vulkraan dicht. |
![]() (18) Draai de koudwaterkraan dicht. |
||||
![]() (19) Koppel de vulslang af. |
![]() (20) Koppel de vulslang los van de vulkraan. |
![]() (21) Het water uit de vulslang kunt u opvangen in een emmer. |
||||
![]() (22) Schakel uw cv-installatie weer in. |
![]() (23) Zet de kamerthermostaat weer in de gewenste stand. |
|||||





























