De stroomsterkte wordt uitgedrukt in de eenheid ampère. Als je de stroomsterkte (ampère) vermenigvuldigt met spanning (volt), dan krijg je het vermogen. Het vermogen wordt uitgedrukt in Watt.

Vermogen (watt) = stroomsterkte (ampère) x spanning (volt)

Om bij lage spanningen veel vermogen te kunnen uitoefenen is flink wat ampère nodig. Bij hoge spanning is minder ampère nodig voor hetzelfde vermogen. Om die reden zijn de startkabels voor de auto behoorlijk dik, omdat voor het starten van een auto veel vermogen nodig is. Een stofzuiger heeft genoeg aan een dun snoer.

 Nu we meer en meer overgaan op het verbruik van elektriciteit ten opzichte van gas moeten we steeds meer energie transporteren. Als je dat over dezelfde kabel doet met dezelfde spanning, gaat de stroomsterkte omhoog. Omdat kabels geschikt zijn voor een beperkte stroomsterkte, zullen ze in de toekomst niet altijd geschikt blijven.